Overlijden
Een overlijden moet altijd bij de burgerlijke stand worden doorgegeven. Die geeft het overlijden automatisch door aan het pensioenfonds. Wij nemen dan contact op met de nabestaanden. Een achterblijvende samenwonende partner moet zichzelf bij het pensioenfonds melden.
Zekerheid voor uw gezin
Als u overlijdt, kan uw partner recht hebben op partnerpensioen. Het maakt daarbij niet uit of uw partner een eigen inkomen heeft. Een ex-partner kan recht hebben op een deel van het partnerpensioen. Dat heet bijzonder partnerpensioen. Ook uw kinderen ontvangen na uw overlijden een uitkering: het wezenpensioen.
Als u overlijdt voor uw pensioendatum
Overlijdt u terwijl u nog in de Zoetwarenindustrie werkte? Dan ontvangt uw partner na uw overlijden 70% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen bereiken als u tot uw 65e pensioen had opgebouwd.
Als u overlijdt na uw pensioendatum
Uw partner ontvangt mogelijk minder dan 70% van het ouderdomspensioen als u overlijdt na uw pensioendatum. Want het partnerpensioen is verzekerd op risicobasis. Partnerpensioen dat is opgebouwd na 1 januari 2003 (Pensioenfonds Koek) of 1 januari 2006 (Pensioenfonds Snoep) vervalt als u met pensioen gaat of de bedrijfstak verlaat.
U kunt er op uw pensioendatum voor kiezen een gedeelte van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor een hoger partnerpensioen. Uw partner ontvangt dan meer na uw overlijden. Als u de bedrijfstak verlaat, wordt een gedeelte van het ouderdomspensioen automatisch uitgeruild voor partnerpensioen. Lees hier meer over uitruilen.